_DSCvdijk9147Met het rantsoen hebben veehouders een belangrijke sleutel in handen bij het reduceren van ammoniakemissie. Reductie op dit niveau werkt door in de hele kringloop, tot aan de mestaanwending aan toe. Met het verzilverd krijgen van voermaatregelen kan elke melkveehouder op relatief simpele maar zeer effectieve wijze invloed uitoefenen op de ammoniakemissie op zijn bedrijf. Voor de Proeftuin reden om zich samen met de Provincie Overijssel en de Commissie van Deskundigen te richten op het borgen van voer- en managementmaatregelen via de BEA.

Het afzonderlijk borgen van voer- en managementmaatregelen is complex. Léon Sebek van Wageningen UR legt uit: “Veel werkingsprincipes van deze maatregelen staan met elkaar in verbinding. Maatregelen kunnen elkaar versterken of juist afzwakken. Dat maakt het lastig om ze als aparte maatregelen te omschrijven.” Toch ziet Sebek een mogelijkheid om (een mix van) maatregelen te borgen, zodat veehouders deze in kunnen zetten bij de NB-wetvergunning. “Namelijk door het borgen van de BEA. Zo komen veel meer maatregelen binnen bereik dan wanneer elke voermaatregel apart beschreven en geborgd moet worden.” Iets wat normaal een voorwaarde is om een ammoniakreducerende maatregel op de PAS-maatregelenlijst te krijgen. Net zoals de voorwaarde dat de maatregel minimaal 10 procent reductie moet opleveren een nadeel is. “Dat maakt het voor afzonderlijke voer- en managementmaatregelen lastig om op de lijst te komen”, geeft Sebek aan.

Deelproject ‘Borgen BEA’
Om de BEA verzilverd te krijgen in de provincie Overijssel, is de Proeftuin het deelproject ‘Borgen BEA’ gestart. Sebek leidt het deelproject. “Met de Provincie Overijssel heeft de Proeftuin al jaren een nauwe samenwerking via het zogenaamde verzilvertraject”, legt Sebek uit. De afgelopen jaren heeft dit al ruim tien verzilverde maatregelen opgeleverd, die Overijsselse veehouders kunnen gebruiken bij de aanvraag van hun NB-wetvergunning. Het borgen van de BEA in Overijssel is een belangrijke stap om de BEA ook op landelijk niveau op de Rav-lijst te krijgen. Sebek: “De kern is dat niet op de toepassing van afzonderlijke voer- en managementmaatregelen, maar op het resultaat van die toepassing wordt gehandhaafd. Omdat daarbij het effect van iedere mogelijke combinatie van deze maatregelen goed wordt weergegeven, is het te zien als één maatregel met een reductie van ruim boven de 10%. Hiermee is vergunningverlening door RVO (TAC Rav) in principe mogelijk.”

Voor het zover is, moeten er echter een aantal inhoudelijke vragen opgelost worden. “In het project richten we ons op de beantwoording van die vragen”, vertelt Sebek. “Zo organiseren we meerdere workshops met vergunningverleners en handhavers om stapsgewijs met elkaar tot oplossingen te komen.”

Het deelproject Borgen BEA wordt gefinancierd door het Melkveefonds. Dit is een gezamenlijk fonds vanuit LTO Nederland en Wageningen UR. Het project loopt tot medio 2017.