Dit voorjaar start Proeftuin Natura 2000 Overijssel, een initiatief van LTO Noord en Wageningen UR, samen met Schuitemaker Machines BV een onderzoek naar het aanzuren van mest bij het aanwenden op grasland. Daarbij wordt gekeken naar het reducerende effect van aanzuren van drijfmest op de ammoniakemissie. Meerdere metingen over meerdere seizoenen maken deel uit van het onderzoek.

Naar verwachting zijn de eerste tussentijdse resultaten in de tweede helft van dit jaar bekend. Het onderzoek vanuit Proeftuin Natura 2000 Overijssel start met metingen op kleigrond, met een sleepvoetmachine. In een later stadium komt de zodenbemester op zandgrond aan de beurt. Bij het uitrijden van de mest wordt deze aangezuurd. Door het aanzuren daalt de pH en verschuift het evenwicht tussen ammoniak en ammonium in de mest. Meer ammonium en minder ammoniak draagt bij aan minder vervluchtiging van ammoniak als gas bij het uitrijden. Dit heeft een sterke emissiereductie tot gevolg. Een ander voordeel is dat er meer stikstof in de mest blijft dat door het gewas kan worden benut. Dit levert een hoger resultaat per hectare op. Naast de effecten op de ammoniakemissiereductie, monitort Proeftuin Natura 2000 Overijssel daarom ook de gewas-opbrengst.

Kansrijke maatregel

“Het aanzuren van mest bij het uitrijden lijkt een kansrijke maatregel voor emissiereductie van ammoniak voor Nederlandse agrarische ondernemers”, aldus Cathy van Dijk, projectleider Proeftuin Natura 2000 Overijssel. “Dat we het onderzoek starten met de sleepvoet heeft van doen met de te behalen emissiewinst, die bij een sleepvoet groter is dan bij een zodenbemester. Het kan tevens mogelijkheden bieden om de sleepvoet ook na 2017 te mogen blijven gebruiken. In combinatie met het aanzuren lijkt dat erg kansrijk.” Het vergt nog wel de nodige onderbouwing en aanvullend onderzoek. Parallel aan het praktijk- en wetenschappelijk onderzoek, worden ook de eerste stappen gezet naar borging en handhaving.

Vragen over dit onderzoek? Vind hier de antwoorden.